Brief galeriehouder Niels Augustin over het werk van Toyen

RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

In 1953 raakte de Nederlands-Duitse schrijver Niels Augustin (1928-2004) in Parijs diep onder de indruk van het werk van Toyen (1902-1980). Hij uitte zijn bewondering voor wat hij beschouwde als Toyens ‘vrouwelijke gevoeligheid’ in een brief over diens solotentoonstelling. De kunstenaar Toyen, geboren als Marie Čermínová in Praag, schopte echter tegen heteronormatieve conventies, bijvoorbeeld via cross-dressing en het gebruik van een genderneutraal pseudoniem, mogelijk afgeleid van het Franse woord citoyen (burger). Als sleutelfiguur van het surrealisme in zowel Praag als Parijs maakte Toyen, naast schilderijen en lithografieën, veel schetsen vol onverhuld queerverlangen en (homo-)erotische thematiek.

Augustins brief werpt licht op Toyens praktijk en netwerk, maar roept ook vragen op over zelfpresentatie, kunstenaarsidentiteit en eigenaarschap. Bij wie ligt de macht om een genderexpressie of -beleving te interpreteren en daarover te beslissen? Hoewel Toyen mede-oprichter was van het Praags surrealisme in 1934 en later werd erkend als kernlid in Parijs, is er weinig bekend over de achtergrond van deze kunstenaar. Biografische details zijn veelal gehuld in mysterie. Zo bestaan er verschillende verhalen over Toyens pseudoniem en gegenderde zelfreferenties, waarschijnlijk omdat Toyen actief een ambigue verhouding tot genderverwachtingen cultiveerde. In het Tsjechisch noemde de kunstenaar zichzelf een ‘malíř smutnej’ (‘verdrietige, [mannelijke] kunstenaar’) en tijdgenoten interpreteerden de naam ‘Toyen’ als een Tsjechische woordspeling op het neutrale aanwijzende voornaamwoord.

Twee van Toyens werken die Augustin noemt in zijn brief staan afgebeeld op foto’s in de collectie van het RKD. Même si tout était écrit (1950) en L’origine de la vérité (1952) zijn geschilderd in Parijs, waar Toyen zich na de Tweede Wereldoorlog permanent vestigde en nauw samenwerkte met de cirkel van André Breton. Na een figuratieve periode in de jaren dertig – vol erotische schetsen met fallische thema’s, humor en ook een actieve rol voor vrouwen –, werd Toyens stijl hier wat abstracter. Tegelijkertijd paste de kunstenaar steeds vaker motieven toe van kussende dieren, schaduwen, geesten en ambigue beelden die associaties oproepen met queer-aspecten van seksualiteit, zoals lappen stof die overvloeien in vaginale vormen en erotisch getinte tongen.

Het werk van Toyen omvat een veelzijdige verkenning van gender en seksualiteit als artistieke thema’s. Het biedt een alternatief queerperspectief op een voornamelijk door mannen gedomineerde, heteronormatieve beweging. Zelfs bekende vrouwelijke kunstenaars als Leonora Carrington of Meret Oppenheim namen niet zo vaak deel aan de internationale surrealistententoonstellingen als Toyen, wiens werk bovendien sterk resoneert met LGBTQ-ervaringen. De laatste jaren is er meer onderzoek gedaan naar deze queer-aspecten van Toyens oeuvre. Toch bleef Toyens naamsbekendheid bij het grote publiek beperkt, afgezien van een grote overzichtstentoonstelling in Praag in het jaar 2000. Pas recent, in 2022, is hernieuwde belangstelling ontstaan met een reizende solotentoonstelling in de National Gallery in Praag, de Kunsthalle Deutschland in Hamburg en Musée d’Art Moderne in Parijs.

RKD

Den Haag

meer info

alle objecten