Archief Gooi en Vechtstreek
Examen-boek van de gevangenen op den stadhuyse, registers houdende verhoren van de gevangenen op het stadhuis, uit: SSAN008.01 Gerecht Naarden / Oud Rechtelijke Archieven (ORA) – Inventarisnummer 3054a, folionummer 146 t/m 148
Ondervraging van Cornelis Jurriaanse Bout op 30 november 1733, als onderdeel van een onderzoek naar mogelijke ‘sodomitische omgang’ met Rijk Hogenbirk.
Op 30 november 1733 wordt Cornelis Jurriaanse Bout voor de tweede keer ondervraagd door het college van Schepenen van de stad Naarden. Net als in zijn eerste verhoor op 21 november wordt hem gevraagd naar zijn omgang met Rijk Hogenbirk. Zo wordt hem gevraagd of hij niet “samen aldaar met uw broeken af en los gelegen“ heeft en of hij niet heeft “getragt vleeselijke conservatie te pleegen“. Ook wordt hem gevaagd of hij met Rijk Hogenbirk “het voornemen heeft gehad om eenige sodomitische sonden te pleegen“.
Na deze ondervraging zal Cornelis Jurriaanse Bout nog zes keer ondervraagd worden over zijn omgang met Rijk Hogenbirk. Ook Rijk Hogenbirk wordt in totaal vijf keer ondervraagd. Beiden blijven bij iedere ondervraging ontkennen “eenige vuyligheit met elkander“ te hebben gepleegd. Door hun ontkenningen wordt gedreigd met zwaardere maatregelen en tijdens hun laatste verhoor worden bij zowel Bout als Hogenbirk de kleren uitgetrokken om hen toch te laten bekennen.
De verhoren van Cornelis Jurriaanse Bout en Rijk Hogenbirk zijn onderdeel van de sodomieprocessen 1730-1733 in de Republiek. Deze processen beginnen in Utrecht wanneer in 1730 twee mannen worden gearresteerd bij de Domkerk en worden beschuldigd van sodomie. Wat volgt is een klopjacht op homoseksuelen waarbij uiteindelijk honderden mannen worden berecht voor homoseksualiteit. Veel van deze mannen krijgen de doodstraf.
Op 19 en 20 januari 1734 volgt het vonnis voor Cornelis Jurriaanse Bout en Rijk Hogenbirk. Gelukkig voor beide heren worden ze allebei vrijgesproken “gezien hun confessie en ontkentenisse“.
