Kleermakersschaar van Sjoerd Bakker

Verzetsmuseum Amsterdam

Kleermakersschaar uit de collectie van het Verzetsmuseum van modeontwerper Sjoerd Bakker

Al jong hield Sjoerd van breien en kleding maken. Zijn homoseksualiteit hield hij verborgen. In 1936 ging hij werken voor modehuis Hirsch in Amsterdam. Toen de Joodse eigenaren in 1941 werden ontslagen, begon hij zijn eigen modeatelier. Ook ging hij valse persoonsbewijzen verspreiden voor kunstenaar Willem Arondéus, die als openlijke homoseksueel een voorbeeld voor hem was. Willem wilde met vrienden de persoonsgegevens in het bevolkingsregister vernietigen. Sjoerd maakte politie-uniformen waarmee ze er als nepagenten binnendrongen en brandstichtten. De aanslag lukte, maar Sjoerd werd opgepakt en met elf anderen doodschoten. 


Deze kleermakersschaar was van modeontwerper Sjoerd Bakker. Sjoerd werd geboren in 1915 en groeide op in een Fries gezin met acht kinderen. Zijn familie had modewinkels in Leeuwarden en Groningen. Al heel jong hield Sjoerd van breien, borduren en maakte graag kleding. Sjoerd werd kleermaker en later couturier. Dat hij homoseksueel was, wist hij al op zijn zestiende, maar hield hij verborgen.

Tijdens een stagejaar in Hamburg in 1933 was Sjoerd geschokt over de hetze van de nazi’s tegen Joden. In 1936 ging Sjoerd werken voor het beroemde modehuis Hirsch in Amsterdam. Toen de Joodse eigenaren in 1941 door de nazi-bezetters werden ontslagen, nam Sjoerd ook ontslag. Hij begon een eigen modeatelier in de Vondelstraat. Via de bevriende kunstenaar Willem Arondéus rolde Sjoerd in het verzet. Willem was openlijk homoseksueel en een voorbeeld voor Sjoerd. Sjoerd verspreidde valse persoonsbewijzen voor Willem.

De persoonsbewijzen waren in 1941 ingevoerd. Iedereen vanaf 15 jaar moest zich er altijd mee kunnen identificeren. Bij Joden stond er een grote J in gestempeld. De Persoonsbewijzen werden gebruik om de bevolking te controleren en Joden te vervolgen. Ze waren ontzettend moeilijk te vervalsen. En een zwak punt bleef dat vervalste gegevens niet overeenkwamen met de gegevens in het bevolkingsregister. Daarom besloot de groep rondom Willem Arondéus het Amsterdamse bevolkingsregister op te blazen. Ze zouden verkleed als politieagenten het pand binnendringen, de bewakers verdoven en vastbinden, de kaartenbakken leeggooiden en de persoonskaarten met explosieven en brandstof in de fik steken. Sjoerd naaide de politie-uniformen. Na een maandenlange voorbereiding en twee afgeblazen pogingen, lukte de aanslag op 27 maart 1943. In de uniformen van Sjoerd bluften de nepagenten dat ze het pand kwamen controleren. Alles werd volgens plan uitgevoerd; de bovenverdieping van het pand vatte vlam en stortte in. Het was sensationeel nieuws

Maar er volgden snel arrestaties. Ook Sjoerd werd gepakt. Al had hij alleen maar de uniformen gemaakt, hij werd toch met elf anderen gefusilleerd, op een geheime plek in de duinen. Op 1 juli kon iedereen in de kranten lezen dat vanwege de aanslag twaalf doodvonnissen waren voltrokken: 


De leiding van de terroristenbende stond in nauw contact met kunstenaars- en studentenkringen (…) vijf daders (…) hadden joodsch bloed. Twee der voornaamste daders waren homoseksueel.

Kort voor zijn executie mocht Sjoerd nog een verzoek doen. Hij vroeg om zijn mooie roze overhemd. Toen na de oorlog het massagraf in de duinen werd ontdekt, werd zijn lichaam geïdentificeerd door een stukje van dat overhemd met daarin de letters S.B.: Sjoerd Bakker. Van het halfvergane roze overhemd is niets bewaard gebleven, maar zijn kleermakersschaar wel. Die maakt wordt nu bewaard in het depot van het Verzetsmuseum. Het toeval wil dat het Verzetsmuseum is gevestigd tegenover het vroegere bevolkingsregister aan de Plantage Kerklaan, dat op 27 maart 1943 deels in vlammen opging. Bij de deur op nummer 36 staan de namen van de twaalf mannen die vanwege de aanslag zijn doodgeschoten, onder wie Sjoerd Bakker. 

Verzetsmuseum Amsterdam

Amsterdam

alle objecten