Groninger Museum
De Amerikaanse fotograaf Catherine Opie portretteert in haar foto’s de lhbti+-gemeenschap van Californië op een bijzondere wijze: groots en met de grandeur van staatsieportretten, maar tegelijkertijd ook intiem en persoonlijk. De geportretteerden, die historisch gezien niet vaak zichtbaar waren in kunst, krijgen zo hun eigen podium en stem.
Opie’s fotografie toont ook aan dat gender en de expressie hiervan veel verschillende invullingen hebben. Er kan worden gespeeld met de stereotiepe geslachtsrollen, waardoor er ruimte is voor eigen interpretaties en ontdekking. Zo presenteert iemand zich misschien als een macho man, maar dit betekent niet dat de geportretteerde dat ook is.
Door: conservator in opleiding Elske Frentz
Catherine Opie (Sandusky, Verenigde Staten 1961) is een iconische fotograaf. Al op jonge leeftijd begon ze met fotografie, een kunstvorm die haar blijft fascineren. Haar oeuvre is breed, maar een terugkerend thema in bijna al haar werken is de lhbti+-gemeenschap. Of het nu gaat om de geportretteerden, of de onderliggende betekenissen en boodschappen, Opie geeft een platform aan deze historisch onderbelichte gemeenschap.
De serie Portraits, gemaakt tussen 1993 en 1997, omvat vele portretten van Opie’s vrienden in de lhbti+-gemeenschap, veelal binnen de lesbische cirkel van Los Angeles. Op de foto’s staan haar vrienden op allerlei manieren afgebeeld. Zo heeft de ene geportretteerde een opgeplakte snor en een sik, terwijl een andere met een dichtgeregen korset en gestipt bloesje poseert. Wat de portretten verbindt is de uniforme achtergrondkleur, zoals fel paars of rood.
Portraits is in gesprek met de gevestigde orde van staatsieportretten, zoals bijvoorbeeld die van de renaissance. Dit soort portretten zijn door de geschiedenis heen een belangrijk middel geweest om macht en rijkheid te tonen. Door haar vrienden en kennissen te plaatsen tegen een simpele achtergrond, eisen de afgebeelde personen alle aandacht op, net zoals bij de traditionele schilderwijze. De focus ligt daardoor bij de individuele foto’s op de personen, maar serie-breed op de lhbti+-gemeenschap, waardoor ze aandacht opeisen die historisch gezien vaak niet gegeven werd. Zo vestigen ze zich niet alleen als een deel van de geschiedenis en als een gemeenschap, maar ook in de geschiedenis zelf.
Opie en haar vrienden tonen een mooie dwarsdoorsnede van de lesbische en bredere lhbti+-gemeenschap in Los Angeles uit de jaren 1990. De portretten tonen mensen met een eigen karakter en een eigen stijl.
De geportretteerden zijn zo divers, dat duidelijk wordt dat er weinig invloed is van de typische geslachtsrollen. Ook wordt het moeilijk om in te zien met welk gender de geportretteerden zich identificeren; man, vrouw, non-binair en meer loopt door elkaar heen, waardoor de grenzen van traditionele gender- en geslachtsrollen vervallen. Typische symbolen van gender, zoals kleding en sieraden, worden zo betekenisloos, waardoor alle aandacht wordt getrokken naar de persoon die is afgebeeld.
Binnen gendertheorie is het idee van performativiteit belangrijk: de Amerikaanse theorist Judith Butler opperde in diens boek Gender Trouble (1990) dat gender een soort van optreden is, waarbij stereotypes de geslachtsrollen vormen. Hierdoor valt er met gender te spelen, waardoor er veel ruimte en beweging ontstaat om te experimenteren en af te wijken van de voorgeschreven geslachtsrollen, omdat deze performatief zijn en niet vastgelegd. De lhbti+-gemeenschap experimenteert vaak met gender en geslachtsrollen. Dit is terug te zien in Opie’s Portraits.
Hoewel Portraits bijna dertig jaar oud is, blijft de serie relevant en hedendaags. Opie verheft de lhbti+-gemeenschap tot kunst en geeft hun een podium waar zelfexpressie centraal staat. Zo blijft de serie nieuwsgierigheid opwekken door te prikkelen en te spelen met historische conventies van portretteren, maar geeft Opie ook aan dat de lhbti+-gemeenschap in elke tijd behoort: in het verleden, het heden en de toekomst.
