Stedelijk Museum Amsterdam
Eileen Gray ontwierp de Roquebrune rond 1927. Op het eerste gezicht is het een strakke stalen buisstoel, verwant aan het werk van haar mannelijke tijdgenoten. Wie de stoel omdraait, ziet een rugleuning die is dichtgeregen als een korset. Daarmee krijgt de stoel een sensuele, lichamelijke lading die in modernistisch buismeubilair zelden zo expliciet aanwezig is. De Roquebrune laat zien hoe modernistische vormgeving niet alleen koel en functioneel is, maar ook verhalen vertelt over genderexpressie, intimiteit en andere manieren van samenleven.
Vanuit haar rol als onderzoeker en designhistoricus bij het Stedelijk Museum Amsterdam reflecteert Tamara Klopper op Eileen Grays Roquebrune-stoel (ca. 1927). Deze strakke stalen buisstoel voor haar Castellar-villa is verwant aan mannelijke modernistische ontwerpen, terwijl de vetersluiting op de rugleuning een sensuele lading onthult rond gender, intimiteit en alternatieve samenlevingsvormen.
In de collectiepresentatie van het Stedelijk Museum Amsterdam is sinds kort Eileen Gray’s Roquebrune-stoel te zien, verworven in 2024.1 Met dit bijna honderd jaar oude ontwerp (ca. 1927) van Eileen Gray (1878–1976) vult het Stedelijk een lacune in het door mannen gedomineerde verhaal van moderne vormgeving.2 Op het eerste gezicht is het een strakke buisstoel, verwant aan het werk van haar mannelijke tijdgenoten. Draai je het om, dan blijkt de rugleuning dichtgeregen als een korset: een persoonlijk en sensueel detail.
Gray, geboren in Ierland en werkzaam in Parijs, was in dezelfde periode actief als Le Corbusier en Mies van der Rohe maar haar werk wordt pas vanaf 2013 internationaal herwaardeerd. Als ontwerper begon Gray met art deco-interieurs en lakwerk. De overstap naar modernistische architectuur en meubilair volgde in de jaren twintig; een tijd waarin een carrière als architect voor vrouwen zeer ongebruikelijk was. Het Roquebrune-ontwerp ontstond rond 1927, als voortzetting van haar eerdere experimenten met stalen buizen uit circa 1925–1926.3
De stoel heeft een rank stalen buisframe met strakgespannen zitting en rug van leer: licht, functioneel en geschikt voor serieproductie. Daarmee past Gray’s ontwerp helemaal in de geest van het modernisme en tussen de destijds radicaal nieuwe buismeubels van Mart Stam en Marcel Breuer die het Stedelijk toont.
Toch wijkt de Roquebrune af van de koele, industriële uitstraling van veel mannelijke tijdgenoten.4 De veter op de achterkant van de rug kan voor persoonlijke zitdiepte en comfort worden aangetrokken en vormt tegelijk een visueel accent. Treffend is deze rijgsluiting omschreven als ‘laced up like a corset’.5 Het leer sluit zich bijna als een kledingstuk om de rug van de zittende persoon, waarbij de veter rijgen, vastmaken en losmaken suggereert. Zo krijgt de stoel een sensuele, lichamelijke lading die in modernistisch buismeubilair zelden zo expliciet aanwezig is.6
Historisch onderzoek toont aan dat Gray deelnam aan Parijse netwerken waar vrouwrelaties centraal stonden. Haar ontwerpen vallen te lezen als onderdeel van een ‘sapphic modernity’: een moderne cultuur van ongeveer 1900 tot de jaren 1930–1940, waarin verwijzingen naar Sappho – de Griekse dichteres van Lesbos – vrouwelijk verlangen duiden. Vanuit een queer perspectief is de nadruk op het lichaam en de intimiteit betekenisvol. Netwerken van vrouwen vormden in salons, cafés en kunstkringen moderne ideeën over wonen, persoonlijke ruimte en privacy.7
Gray ontwierp geen woningen met volledig transparante, open ruimtes zoals Le Corbusier, maar een interieur met doorkijkjes, schermen en beschutte hoeken. Haar werk speelt met het plezier van suggestie: objecten en ruimtes worden slechts gedeeltelijk getoond, nooit helemaal onthuld.8 Gray’s ontwerpfilosofie is samengevat als ‘the objects to be seen keep pleasure in suspense’; juist wat nog niet direct zichtbaar is maar pas later onthult, wakkert verlangens aan.9
De ogenschijnlijk eenvoudige Roquebrune belichaamt Gray’s filosofie over suggestie en privacy via de veterrijgsluiting op de rug en een tweede rijgwerk onder de zitting, die zichtbaar worden bij omkering. Deze details roepen associaties op met kleding, genderexpressie en het spel tussen tonen en verhullen. Dit lijkt te passen bij Gray’s voorkeur voor de poëzie van Charles Baudelaire, die het ideale huis voor geliefden omschrijft als een plek vol meubels met sloten en geheimen.10
Op subtiele wijze vertelt de Roquebrune dat het modernisme niet alleen een verhaal is van machines en rechte lijnen. Het is ook een verhaal van lichamen, intimiteit en interieurs voor andere manieren van samenleven, voorbij het heteronormatieve gezin.
Deze stoel van de eigenzinnige Eileen Gray – vrouw, queer, ontwerper, architect – is nu te zien in Stedelijk Museum Amsterdam. In de collectiepresentatie voegt het een nieuwe stem toe aan het verhaal van de stalenbuisstoel, dat tot voor kort vooral werd verteld via de mannelijke, heteroseksuele ontwerpers van De Stijl en het Bauhaus.
Voetnoten
1 De stoel is verworven in 2024. Recente productie; model zoals het sinds 2004 door ClassiCon wordt geproduceerd. In december 2025 voor het eerst tentoongesteld in de collectiepresentatie, maar opstellingen variëren.
2 Stoelen naar dit ontwerp met leer stonden in Grays tweede huis, de villa Tempe à Pailla in Castellar, nabij Roquebrune in Zuid-Frankrijk.
3 Datering gebaseerd op Gray’s schetsen waarbij stoelontwerpen zich ontwikkelden in varianten op eenzelfde model.
4 Vittoria Bonini, ‘A Place of Infinite Possibilities: Tempe à Pailla (1931-1935) in Castellar by Eileen Gray’, Docomomo Journal 73 (2025), pp. 8-15.
5 Karakterisering van ClassiCon, producent van heruitgaven van Gray’s ontwerpen sinds 2004.
6 Breuer, Stam en Mies van der Rohe pasten gespannen leer of textiel toe op buizen stoelen. Geen stoelontwerpen van hen zijn gevonden met een veterbevestiging specifiek op de rugleuning.
7 Jasmine Rault, Eileen Gray and the Design of Sapphic Modernity; Staying In (Farnham: Ashgate, 2011); Laura Doan en Jane Garrity, red., Sapphic Modernities: Sexuality, Women and National Culture, (New York: Palgrave Macmillan, 2006).
8 Rault, Eileen Gray and the Design of Sapphic Modernity, 116.
9 Ibid.
10 Baudelaire beschrijft het ideale huis voor geliefden: “Les meubles sont […] armés de serrures et de secrets commes des âmes raffinées” (“De meubels zijn […] voorzien van sloten en geheimen als verfijnde zielen). Charles Baudelaire, ‘L’ invitation au voyage’, gepubliceerd in Le Spleen de Paris in 1869; aangehaald in Caroline Constant, ‘E. 1027: The Nonheroic Modernism of Eileen Gray’, in: Journal of the Society of Architectural Historians, Vol. 53, No. 3 (Sep., 1994), p. 278.
