Schilderij ‘Wit, zwart, rood en grijs’

Kunstmuseum Den Haag

Marlow Moss, Wit, zwart, rood en grijs, 1932, olieverf op doek, 54 x 45 cm.

Dit schilderij van Marlow Moss bevat het stijlmiddel dat bekendstaat als de dubbele lijn: twee horizontale lijnen lopen parallel over het doek en worden niet gekruist door de verticale lijn. Met deze dubbele lijn introduceerde Moss een belangrijk nieuw element binnen de beeldtaal van het neoplasticisme. Omdat Moss queer was, wordt de dubbele lijn soms geïnterpreteerd vanuit een queerperspectief. Hoewel een lijn op zichzelf geen gender heeft, worden lijnen in de modernistische kunst wel degelijk met gender geassocieerd. Mondriaan, een collega en vriend van Moss, beschouwde de horizontale lijn als mannelijk en de verticale lijn als vrouwelijk. Vanuit dat perspectief kan de dubbele lijn worden gezien als iets dat zich aan deze tweedeling onttrekt: noch man, noch vrouw.

Moss is in 1889 geboren in Londen als Marjorie Jewel Moss. In 1921 knipt ze haar haren kort en verandert ze haar naam naar het meer genderneutrale Marlow. Aan het eind van de jaren twintig vertrekt ze naar Parijs. Daar ontmoet Moss de Nederlandse auteur Netty Nijhoff, die haar levensgezel wordt. Gedurende haar leven heeft Marlow Moss lesbische relaties, ook heeft ze een zeer ‘mannelijke’ uitstraling.

Vandaag de dag vieren we Moss als een wegbereider en een queer kunstenaar. Voor zover bekend is, heeft Moss zelf geen uitspraken gedaan over haar genderidentiteit. Daarnaast was er gedurende haar leven in mindere mate sprake van genderinclusief taalgebruik, zoals tegenwoordig gangbaar is. In haar persoonlijke correspondentie wordt Moss met zij/haar voornaamwoorden aangesproken. Om die redenen wordt er in het Kunstmuseum Den Haag met zij/haar naar Moss gerefereerd.

Netty en Marlow brengen samen veel tijd door in Parijs, in het buitenhuis van Moss in Normandië en in Villa Antoinette: het Zeeuwse huis van de familie Nijhoff. In 1932 schildert Moss Wit, zwart, rood en grijs (1932). Horizontaal over het schilderij lopen twee lijnen ononderbroken en parallel aan elkaar. Aan de hand van deze dubbele lijn creëert Moss spanning tussen de twee helften van de compositie. Het stelt haar een staat een dynamische compositie te creëren.

Mondriaan is geïntrigeerd door Moss’ gebruik van de dubbele lijn en zal deze innovatie ook toepassen in zijn eigen schilderijen. Ten tijde van het maken van het werk schilderen bevond Moss zich in het artistieke hart van Parijs. Ze is lid van de kunstenaarsgroep Abstraction-Création, een vereniging van verschillende stromingen binnen de abstracte kunst die jaarlijks een blad publiceert tussen 1932 en 1936. Moss is de enige vrouwelijke en Britse kunstenaar die in alle vijf edities van het blad is vertegenwoordigd. Via Abstraction-Création raakt ze bevriend met andere abstracte kunstenaars, zoals Jean Gorin, Georges Vantongerloo en Max Bill.

In 1940 moet Moss, van Joodse komaf, vluchten. Ze gaat terug naar Cornwall, waar ze woont en werkt tot haar overlijden in 1958.

Kunstmuseum Den Haag

Den Haag

alle objecten